Naar de inhoud
Op de wachtlijst

Digitale werkbon: wat erop hoort en wat de handtekening waard is

Een ondertekende werkbon is een onderhandse akte en levert tussen partijen dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Rv). Een handtekening met de vinger telt mee — artikel 3:15a BW.

Zirko RedaktionGepubliceerd: Bijgewerkt: 13 min lezen

Een documentregel met opengeklapte opmeting: regels met omschrijving, formule en resultaat, daaronder de knop om de meting uit een mobiel rapport over te nemen, en rechts de daaruit opgetelde hoeveelheid.
Inhoud

Een monteur vervangt op dinsdag een cv-ketel, ziet dat de rookgasafvoer niet deugt en vervangt die erbij. Hij belt het kantoor, het kantoor zegt dat hij het moet doen, en hij rijdt door naar het volgende adres. Zes weken later weigert de opdrachtgever het bedrag voor die afvoer: daar was nooit iets over afgesproken. Op dat moment beslist niet wie gelijk heeft, maar wie iets kan laten zien.

Daar is de werkbon voor, en hij is juridisch aanzienlijk meer dan een bonnetje: een ondertekende werkbon is een onderhandse akte en levert tussen jou en je opdrachtgever dwingend bewijs op. Hieronder staat wat erop hoort, wat die handtekening precies doet, en waarom een naam die met de vinger op een telefoonscherm wordt getekend daarbij niet onderdoet voor een op papier.

Werkbon, dagrapport, opleverdossier — drie documenten, drie richtingen

Het woord "werkbon" wordt in de praktijk over alles heen gelegd wat op de bouw wordt ingevuld. Dat gaat lang goed en precies één keer mis: op de dag dat je de verkeerde moet overleggen.

DocumentWie maakt hem opWie tekentWaarvoorRechtsgrondslag
Werkbonde aannemer of monteurde opdrachtgeverbewijs van uitgevoerd werk, uren en materiaal op één adresgeen eigen wetsartikel; bewijsmiddel op grond van art. 156 en 157 Rv
Weekrapportde directie, dus de opdrachtgeverskanteerst de directie, daarna de aannemervoortgang, onwerkbare dagen, meer- en minderwerk van het hele werk§ 27 UAV 2012, mits van toepassing verklaard
Opleverdossierde aannemerwordt overhandigd bij de kennisgeving van opleveringwat er is gebouwd, met welke materialen, hoe het wordt onderhoudenart. 7:757a BW

De middelste rij verrast het vaakst. Waar de Uniforme administratieve voorwaarden 2012 in de overeenkomst van toepassing zijn verklaard, ligt het opmaken van het weekrapport niet bij jou. Paragraaf 27 opent met vijf woorden:

"De directie maakt weekrapporten op."

Jij bent daar degene die tekent. En lid 5 van diezelfde paragraaf bevat de zin die elke aannemer zou moeten kennen: ben je het met de inhoud niet eens, dan onderteken je het rapport tóch, "onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft". Weigeren te tekenen bestaat in dat stelsel niet; tekenen met bezwaar wel. Dit alles geldt alleen als de UAV 2012 in jouw overeenkomst van toepassing is verklaard — zonder die verwijzing zijn er geen weekrapporten en is je dagrapport gewoon je eigen projectadministratie.

Bij de werkbon loopt het precies andersom: die maak jíj op en je opdrachtgever tekent hem. Juist daarom is de UAV-regel de moeite waard om te kennen, want dezelfde uitweg werkt aan jouw kant net zo goed. Een klant die het ergens niet mee eens is, tekent met een aantekening erbij. Een klant die helemaal niet tekent, laat je met niets achter.

Het derde document sluit het werk af in plaats van een dag: het opleverdossier met wat er is gebouwd, met welke materialen, en hoe het moet worden onderhouden. Dat staat sinds de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in de wet, en wat er in dat dossier moet en hoe lang je het bewaart is een verhaal met heel andere termijnen dan de werkbon.

Wat er op een werkbon hoort

Acht dingen. De eerste zeven zijn feiten, de achtste maakt er bewijs van.

Opdrachtgever en opdrachtnemer, voluit. Bij een VvE, een verhuurder of een hoofdaannemer is je opdrachtgever niet de persoon die de deur opendoet. Laat tekenen door wie de opdracht heeft gegeven, en zet zijn naam erbij — een handtekening zonder naam is over twee jaar een krabbel.

Datum en werklocatie. Het adres waar is gewerkt, niet het factuuradres. Bij corporaties, beheerders en VvE's zijn dat twee verschillende adressen, en een jaar later is alleen het eerste nog interessant. Waarom de werklocatie aan de opdracht hoort en niet aan de klant, staat in software voor installateurs.

Wie er is geweest en hoe lang. Per persoon, met onderscheid tussen werktijd en reistijd. Dezelfde registratie bedient meteen een wettelijke plicht met een eigen bewaartermijn en een eigen boete — zie urenregistratie in de bouw. Eén invoer, twee doelen.

Wat er is gedaan, per regel. Met aantal en eenheid, niet als één zin. "Wandtegels zetten en voegen" met een aantal vierkante meter erachter is controleerbaar; "badkamer afgemaakt" is een mening.

Welk materiaal is verbruikt. Bij werk op regiebasis is dit geen administratie maar de halve factuur: de prijs volgt daar uit de werkelijke uren en de werkelijk geleverde materialen, en wat niet op de bon staat, staat straks niet in de rekening.

Foto's. Vooral van wat er onder de vloer of achter de wand zat vlak voordat het weer dicht ging. Dat is het enige bewijs dat na de oplevering nog bestaat, en het kost op de dag zelf een halve minuut.

Bijzonderheden en afspraken. Hier hoort het meerwerk, en hier zit de duurste misvatting in de bouw: toestemming om extra werk te dóen is niet hetzelfde als toestemming voor een hogere prijs. Waarom de waarschuwing vooraf je hele marge bepaalt, met de uitspraak van de Hoge Raad die de grens trekt, staat apart beschreven.

De handtekeningen. Die van jou of je monteur, en die van de opdrachtgever. Zonder de tweede is de rest van het blad een aantekening voor jezelf.

Wat er niet op hoeft, zijn prijzen. Een werkbon legt vast wat er is gebeurd; wat dat kost, staat in de offerte en op de factuur — en wat er in die offerte hoort te staan, van de eerste maat tot de geldigheidsduur, bepaalt of je het meerwerk van deze bon later nog kunt doorberekenen. Een bon met bedragen erop vraagt de klant om aan de deur een prijs te tekenen die hij nog niet heeft besproken — en levert daarmee precies het geschil op dat de bon had moeten voorkomen.

De handtekening: wat hij juridisch doet

Hier houdt de werkbon op een formulier te zijn. Artikel 156 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zegt in één zin wat hij dan wordt:

"Akten zijn ondertekende geschriften, bestemd om tot bewijs te dienen."

Een werkbon is bestemd om tot bewijs te dienen — dat is zijn hele bestaansreden. Zodra hij is ondertekend, is hij dus een akte, en omdat hij niet door een ambtenaar is opgemaakt een onderhandse akte: "Onderhandse akten zijn alle akten die niet authentieke akten zijn" (art. 156 lid 3 Rv). Daaraan hangt artikel 157 lid 2 Rv:

"Een authentieke of onderhandse akte levert ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring, tenzij dit zou kunnen leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat."

Dwingend bewijs betekent volgens artikel 151 lid 1 Rv dat "de rechter verplicht is de inhoud van bepaalde bewijsmiddelen als waar aan te nemen". Een opdrachtgever die heeft getekend dat er zes uur is gewerkt en een rookgasafvoer is vervangen, heeft dat daarmee verklaard, en die verklaring staat vast.

De grens hoort er in dezelfde adem bij: dwingend is niet onaantastbaar. Artikel 151 lid 2 Rv luidt: "Tegenbewijs, ook tegen dwingend bewijs, staat vrij, tenzij de wet het uitsluit." Je opdrachtgever mag dus proberen aan te tonen dat het anders lag. Wat de handtekening doet, is de bewijslast omdraaien: zonder handtekening moet jij bewijzen dat het werk is gedaan, met handtekening moet hij bewijzen dat het niet zo was. Dat is in de praktijk het verschil tussen een gesprek en een procedure.

Zonder handtekening is de bon een gewoon geschrift. Bewijzen mag je dan nog steeds — artikel 152 lid 1 Rv laat alle middelen toe — maar de waardering daarvan is aan de rechter (lid 2). Een lijstje uit je eigen administratie weegt dan ongeveer even zwaar als het lijstje van de tegenpartij, en dat is nu juist de situatie waarin niemand wil staan.

Telt een handtekening met de vinger op een telefoon?

Ja, en dat staat met zoveel woorden in de wet. Artikel 3:15a van het Burgerlijk Wetboek, met alleen de titel van de verordening ingekort:

"Evenals een elektronische gekwalificeerde handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 (…) hebben een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 11, en een andere elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 10, van artikel 3 van deze verordening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien voor deze beide elektronische handtekeningen de methode voor ondertekening die gebruikt is voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval."

Twee dingen volgen daaruit, en ze worden allebei geregeld verkeerd begrepen.

Je hebt geen gekwalificeerde handtekening nodig. De wet zet drie soorten naast elkaar: de gekwalificeerde, de geavanceerde en "een andere elektronische handtekening" — dat laatste is de gewone, en daaronder valt een naam die met de vinger op een scherm wordt getekend. Alle drie krijgen dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening. Certificaten, tokens en identificatiediensten zijn voor een werkbon geen voorwaarde.

De toets zit niet in de techniek maar in de omstandigheden. "Voldoende betrouwbaar … gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval." Voor een werkbon van een paar honderd euro ligt die lat ergens anders dan voor een hypotheekakte. Wat hem haalt: getekend op het adres zelf, op de dag zelf, met datum, persoon en werklocatie eromheen, in een bon die daarna is afgerond en niet meer kan worden gewijzigd. Wat hem niet haalt: een krabbel die weken later wordt ingescand en belandt in een map waar iedereen in kan.

Bij die laatste voorwaarde hoort een bepaling die zelden wordt genoemd en die precies over dit geval gaat. Artikel 156a lid 1 Rv staat toe dat een onderhandse akte "op een andere wijze dan bij geschrift" wordt opgemaakt, maar stelt er twee eisen bij: de inhoud moet kunnen worden opgeslagen op een wijze die hem toegankelijk maakt "gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen", en die opslag moet "een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte" mogelijk maken.

Dat is geen formaliteit maar de kern van de zaak. Een digitale werkbon die na het tekenen nog kan worden aangepast, is geen betere bon dan een papieren — hij is een slechtere, omdat niemand achteraf nog kan zien wat er stond op het moment dat er werd getekend. Een afgeronde bon die op slot gaat, is daarentegen sterker dan het doorslagpapier dat in de bus ligt te vergelen.

Het beeld onder dit artikel toont zo'n afgeronde bon op een telefoon. Het is in dit geval een dagrapport en geen werkbon, maar het is uit dezelfde blokken gebouwd en dat is precies het punt: algemene informatie met datum en werklocatie, een meetwaarde uit het werk, een vrij tekstveld, en onderaan het onderdeel met de getekende naam. Boven aan het scherm staat dat de bon is afgerond — vanaf dat moment laat hij zien wat hij liet zien toen er werd getekend, en niets anders.

Nog één nuance uit hetzelfde artikel, voor wie met consumenten werkt: waar de wet je verplícht een onderhandse akte te verschaffen, mag dat volgens lid 2 alleen elektronisch met uitdrukkelijke instemming van degene aan wie je hem moet geven — tenzij die persoon de akte zelf mede ondertekent. Een klant die de bon op je telefoon tekent, valt dus onder die uitzondering.

Van de bon naar de factuurregel

Een werkbon die netjes is ingevuld en ondertekend, is ook het goedkoopste stuk administratie dat je hebt: de gegevens staan er al in de vorm waarin de factuur ze nodig heeft. Een aantal met een eenheid, een omschrijving, een datum, een naam. Wie die regels overtypt, meet twee keer en tikt twee keer, en introduceert bij elke overname een kans op een verschil tussen wat de klant heeft getekend en wat hij gefactureerd krijgt — het enige verschil waar een geschil altijd over gaat.

Daarom hoort de maatketen die op de bouw is opgenomen ongewijzigd in de factuurregel terecht te komen, met een markering die zegt uit welke bon hij kwam. Dan is de factuurregel geen bewering meer maar een verwijzing naar een ondertekend stuk.

En dan de btw: op de bon staat die niet, op de factuur wel — tenzij je als onderaannemer voor een aannemer werkt. Dan hoort er geen btw-bedrag op en wél de vermelding "btw verlegd". Wanneer dat precies geldt en wat de twee uitzonderingen zijn, staat in btw verleggen in de bouw.

Twee bonnen, één geschil

Terug naar de cv-ketel van dinsdag, in twee uitvoeringen.

Bon A wordt 's avonds thuis ingevuld uit het hoofd. Er staat "ketel vervangen, afvoer meegenomen" op, één regel, geen uren, geen foto's, geen handtekening. De factuur gaat er zes weken later uit. Als de opdrachtgever de post voor de afvoer weigert, gaat het gesprek over de vraag wat er is gebeurd. Jij hebt een eigen aantekening, hij heeft een eigen herinnering, en artikel 152 lid 2 Rv laat de weging aan de rechter.

Bon B wordt op het adres ingevuld. Twee monteurs met hun uren, de vervangen afvoer als eigen regel met aantal en eenheid, het verbruikte materiaal, drie foto's van het oude kanaal, en in het veld bijzonderheden de zin dat de afvoer niet voldeed en dat het kantoor akkoord heeft gegeven op de extra kosten. De opdrachtgever tekent op de telefoon; de bon wordt afgerond en staat vast. Als dezelfde discussie komt, gaat die niet meer over wat er is gebeurd, maar hoogstens over de prijs — en de bewijslast dat het anders lag, ligt dan bij hem.

Het verschil tussen A en B is geen software. Het is één handtekening, gezet voordat de bus wegreed. Alles wat een programma daaraan toevoegt, is dat B net zo weinig moeite kost als A.

---

Stand: 24 september 2026. Dit artikel geeft het Nederlandse bewijsrecht en de daarbij genoemde bepalingen weer zoals zij op deze datum gelden en is geen juridisch advies. Twee dingen veranderen sneller dan de wetsartikelen: paragraaf 27 UAV 2012 geldt alleen als jouw overeenkomst die voorwaarden van toepassing verklaart — kijk na welke uitgave daarbij is genoemd. En de betrouwbaarheidstoets van artikel 3:15a BW weegt "alle overige omstandigheden van het geval", dus wat daarbij als betrouwbaar geldt, schuift mee met wat gangbaar wordt; bewaar daarom niet alleen de handtekening maar ook wat eromheen stond.

Wat Zirko hier doet: een werkbon is een sjabloon uit blokken, en het meegeleverde sjabloon bevat al opdrachtgever en opdrachtnemer, project, datum, werklocatie, medewerkers met hun uren, de werkzaamheden per regel met aantal en eenheid, foto's, opmerkingen en twee handtekeningvelden. Materiaal zit in het regiesjabloon en kun je in elk ander sjabloon zelf toevoegen. De klant tekent met de vinger op de telefoon; na het afronden is de bon op slot en toont hij de structuur zoals die bij het tekenen was, ook als kantoor het sjabloon daarna verbouwt. Werkzaamheden staan er zonder prijzen in. Wat Zirko niet doet: beoordelen of een handtekening in jouw geval "voldoende betrouwbaar" was, en ook niet bepalen of een waarschuwing over meerwerk op tijd was. Het eerste weegt een rechter aan de hand van alle omstandigheden, het tweede volgt uit wat jij met je opdrachtgever hebt afgesproken — en allebei zijn ze te zwaar om door een programma te laten raden.

Een afgerond rapport op een telefoon: bovenaan de titel met de naam van het project en de markering dat het is afgerond, daaronder de algemene informatie met datum, werklocatie, weersomstandigheden en een getalveld, vervolgens een vrij tekstveld, en onderaan het onderdeel handtekeningen met de getekende naam van de opdrachtnemer.
Een afgerond rapport op een telefoon: bovenaan de titel met de naam van het project en de markering dat het is afgerond, daaronder de algemene informatie met datum, werklocatie, weersomstandigheden en een getalveld, vervolgens een vrij tekstveld, en onderaan het onderdeel handtekeningen met de getekende naam van de opdrachtnemer.

Veelgestelde vragen

Is een werkbon juridisch bindend?

Een ondertekende werkbon is een onderhandse akte. Artikel 156 lid 1 Rv: akten zijn ondertekende geschriften, bestemd om tot bewijs te dienen. Artikel 157 lid 2 Rv geeft zo'n akte tussen partijen dwingend bewijs van de waarheid van de verklaring die erin staat. Zonder handtekening is de bon een gewoon geschrift en bepaalt de rechter zelf hoe zwaar hij weegt.

Telt een handtekening met de vinger op een telefoon?

Ja. Artikel 3:15a BW geeft ook een gewone elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, mits de gebruikte methode voldoende betrouwbaar is gelet op het doel en op alle overige omstandigheden van het geval. Voor een werkbon die op het adres zelf wordt getekend en daarna niet meer kan worden gewijzigd, is die lat goed haalbaar. Een gekwalificeerde handtekening is niet vereist.

Wat moet er op een werkbon staan?

Opdrachtgever en opdrachtnemer voluit, de datum, de werklocatie, wie er is geweest en hoe lang met onderscheid tussen werktijd en reistijd, de uitgevoerde werkzaamheden per regel met aantal en eenheid, het verbruikte materiaal, foto's van wat weer dicht is gegaan, de bijzonderheden en afspraken van die dag, en de handtekeningen. Prijzen hoeven er niet op.

Wat is het verschil tussen een werkbon en een dagrapport?

De richting. De werkbon maak jij op en je opdrachtgever tekent hem; hij bewijst wat er op één adres is gedaan. Het weekrapport uit paragraaf 27 UAV 2012 wordt juist door de directie opgemaakt en door jou getekend, en gaat over voortgang, onwerkbare dagen en meer- en minderwerk van het hele werk. Dagrapport is de dagelijkse variant daarvan in je eigen projectadministratie.

Mag de klant weigeren te tekenen?

Weigeren kan niemand je verbieden, maar het is voor beide kanten de slechtste uitkomst. De UAV 2012 kent daar een oplossing voor die ook op een werkbon werkt: paragraaf 27 lid 5 laat de aannemer een rapport waarmee hij het oneens is tóch ondertekenen, onder toevoeging van een aantekening waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft. Laat een klant die het ergens niet mee eens is dus tekenen mét die aantekening.

Mag een digitale werkbon de papieren vervangen?

Ja, maar artikel 156a lid 1 Rv stelt er twee eisen bij: de inhoud moet kunnen worden opgeslagen gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is, en de opslag moet een ongewijzigde reproductie van die inhoud mogelijk maken. Een digitale bon die na het tekenen nog kan worden aangepast, voldoet daar niet aan — dan is er geen vaststaand moment meer waarop er is getekend.

Verder lezen

Bronnen

Terug naar het overzicht