Btw verleggen in de bouw: wanneer je nul procent factureert
De verleggingsregeling voor onderaanneming staat in artikel 24b Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. Twee uitzonderingen: werk op je eigen bedrijfsplaats en levering met montage.
Zirko RedaktionGepubliceerd: Bijgewerkt: 10 min lezen

Inhoud
- De twee gevallen waarin verlegd wordt
- Wie is "aannemer", wie is "onderaannemer"?
- De twee uitzonderingen, en waarom ze in de praktijk misgaan
- Wat er op de factuur moet — en niet mag
- Wat het kost als je toch btw rekent
- Buiten de onderaanneming: verlegging bij onroerend goed
- De vijf vragen vóór je factureert
Werk je als onderaannemer aan een bouwwerk, dan zet je geen btw op je factuur. Je vermeldt «btw verlegd», en je opdrachtgever — de aannemer — geeft de btw zelf aan. Dat is geen afspraak tussen jullie en geen keuze: het is een aanwijzing bij algemene maatregel van bestuur, en als de regeling geldt, geldt zij.
De vindplaats is niet de wet zelf maar het besluit eronder: artikel 24b van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, aangewezen op grond van artikel 12 lid 5 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Dat vijfde lid geeft de reden waarom de regeling bestaat: de belasting wordt van de afnemer geheven "ten einde voor de inning daarvan meer waarborgen te scheppen". In gewone taal: de fiscus wil niet dat de btw verdwijnt bij een onderaannemer die failliet gaat.
Hieronder staat wanneer de regeling geldt, wie er in de wet "aannemer" heet, en de twee uitzonderingen waarop het in de praktijk misgaat.
De twee gevallen waarin verlegd wordt
Artikel 24b lid 5 wijst ze aan:
"Als gevallen als zijn bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de wet worden aangewezen de gevallen waarin: a. een onderaannemer een in het eerste lid, onderdeel b, bedoeld werk geheel of gedeeltelijk uitvoert; b. een werknemer met instandhouding van de dienstbetrekking tot zijn inhoudingsplichtige ter beschikking is gesteld van een derde om werkzaam te zijn bij de uitvoering van een in het eerste lid, onderdeel b, bedoeld werk."
Onderdeel a is de klassieke onderaanneming. Onderdeel b is het uitlenen van personeel bij zo'n werk — en dat wordt vaak vergeten, omdat mensen denken dat verlegging iets met "aannemen" te maken heeft. Leen je een monteur uit aan een collega-bedrijf dat aan een bouwwerk werkt, dan verleg je ook.
Wie is "aannemer", wie is "onderaannemer"?
De begrippen staan in lid 1, en ze zijn ruimer dan het dagelijks spraakgebruik:
"b. aannemer: degene, die zich jegens een ander, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking tegen een te betalen prijs een werk van stoffelijke aard uit te voeren dat betrekking heeft op onroerende zaken of schepen … c. onderaannemer: degene, die zich jegens een aannemer verbindt om buiten dienstbetrekking tegen een te betalen prijs het in onderdeel b bedoelde werk geheel of gedeeltelijk uit te voeren."
Let op "een werk van stoffelijke aard". Advies, ontwerp, berekeningen en toezicht zijn dat niet: die worden gewoon met 21 % gefactureerd, ook als ze bij hetzelfde project horen. Staan beide soorten posten op één opdracht, dan dragen ze dus twee verschillende btw-behandelingen — een reden om het tarief per post vast te leggen en niet per document, zoals beschreven in offerte software voor de bouw.
Drie uitbreidingen maken de kring groter dan je denkt:
Lid 2 — de hele keten. "Voor de toepassing van dit artikel wordt de onderaannemer ten opzichte van zijn onderaannemer als aannemer beschouwd." Schakel je zelf iemand in, dan ben jij zijn aannemer en verlegt hij naar jou.
Lid 3 — de eigenbouwer. "Voor de toepassing van dit artikel wordt met een aannemer gelijkgesteld degene, die zonder daartoe van een opdrachtgever opdracht te hebben gekregen buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf een in het eerste lid, onderdeel b, bedoeld werk uitvoert." Wie voor eigen rekening en risico bouwt zonder opdrachtgever, is voor deze regeling toch aannemer — en zijn leveranciers van bouwwerk verleggen dus naar hem.
Lid 4 — de toekomstige zaak. "Voor de toepassing van dit artikel wordt ten opzichte van de aannemer als onderaannemer beschouwd de verkoper van een toekomstige zaak, indien en voor zover de koop en verkoop voortvloeit uit of verband houdt met het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde werk." Dit is de prefabbepaling: wie speciaal voor dit werk iets maakt — kozijnen op maat, een betonelement, een stalen spant — kan als onderaannemer worden aangemerkt, ook al noemt niemand hem zo.
De twee uitzonderingen, en waarom ze in de praktijk misgaan
Artikel 24b lid 7 haalt twee situaties eruit:
"1°. indien een werk dat betrekking heeft op onroerende zaken of schepen … tot de uitvoering waarvan een onderaannemer zich jegens een aannemer heeft verbonden, geheel of grotendeels wordt verricht op de plaats, waar de onderneming van de onderaannemer is gevestigd, of 2°. indien de uitvoering van een werk waartoe een onderaannemer zich jegens de aannemer heeft verbonden ondergeschikt is aan een tussen hen gesloten overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak."
De eerste uitzondering is de werkplaatsregel. Maak je de trap grotendeels in je eigen werkplaats en zet je hem alleen nog op zijn plek? Dan verleg je niet, dan factureer je met btw. Maak je hem grotendeels op de bouwplaats? Dan verleg je wel. Dezelfde trap, twee verschillende facturen — en de vraag "waar is het werk hoofdzakelijk verricht" is er een van feiten, niet van voorkeur.
De tweede uitzondering is de leveringsregel. Verkoop je een bestaande zaak en is het monteren daarvan bijzaak — een cv-ketel uit voorraad die je aansluit — dan is dat een levering met een ondergeschikte dienst, en verleg je niet. Kantelt het naar een werk waarin het product opgaat, dan verleg je wel.
Dit is dan ook de plek waar de meeste correcties vallen. Niet omdat mensen de regeling niet kennen, maar omdat één bedrijf dezelfde week beide kanten van de grens bedient.
Wat er op de factuur moet — en niet mag
Drie eisen, uit twee regelingen:
- De vermelding «btw verlegd». Artikel 24b lid 6: "Indien het vijfde lid van toepassing is, dient op de uit te reiken factuur te worden vermeld: btw verlegd." Artikel 35a lid 1 onderdeel m van de Wet OB zegt hetzelfde vanuit de factuurkant.
- Geen btw-bedrag. Je bent de belasting niet verschuldigd, dus er staat geen bedrag en geen percentage op.
- Het btw-identificatienummer van je afnemer. Artikel 35a lid 1 onderdeel d verplicht het nummer van de afnemer "waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden". Precies dat is hier het geval.
Punt 3 is de vermelding die het vaakst ontbreekt. Bij een gewone binnenlandse factuur heb je het btw-nummer van je klant niet nodig; zodra je verlegt, wél.
Wat het kost als je toch btw rekent
Artikel 37 Wet OB, en die is kort:
"Hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke hij, anders dan op grond van dit artikel, niet verschuldigd is geworden, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur heeft uitgereikt; hij is gehouden deze belasting op de voet van artikel 14 te voldoen."
Zet je ten onrechte 21 % op een verlegde factuur, dan ben je die 21 % verschuldigd — niet omdat de prestatie belast is, maar omdat je het bedrag hebt opgeschreven. Je klant kan die btw ondertussen niet aftrekken, want hij was niet verschuldigd. Het geld is dus twee keer weg: jij draagt af, hij krijgt niets terug.
Herstellen doe je met een creditnota die "specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur" (artikel 34f Wet OB) en die de aangebrachte wijzigingen benoemt. Een nieuwe factuur sturen zonder de oude te crediteren, lost artikel 37 niet op.
Buiten de onderaanneming: verlegging bij onroerend goed
Voor een bouwbedrijf dat ook panden koopt of verkoopt, is artikel 24ba relevant. Daarin worden onder meer aangewezen:
- de levering van een onroerende zaak "met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, 2°, van de wet" — dus wanneer koper en verkoper voor belaste levering kiezen;
- de levering van een in zekerheid gegeven onroerende zaak aan een ondernemer "tot executie van die zekerheid";
- de levering van een onroerende zaak aan een ondernemer "op grond van een executoriale titel door de executieschuldenaar".
Artikel 24ba lid 2 verklaart de factuurregel van 24b lid 6 van overeenkomstige toepassing: ook hier staat er «btw verlegd» op de factuur.
De vijf vragen vóór je factureert
- Is dit een werk van stoffelijke aard aan een onroerende zaak of schip? Ontwerp, advies en toezicht vallen erbuiten.
- Ben ik onderaannemer van een aannemer? Werk je rechtstreeks voor de eindklant, dan verleg je niet — ook niet als die eindklant een bedrijf is.
- Waar is het werk hoofdzakelijk verricht? Grotendeels in je eigen werkplaats: geen verlegging.
- Is het eigenlijk een verkoop met montage? Dan verleg je niet.
- Staat het btw-nummer van mijn afnemer op de factuur, samen met «btw verlegd» en zonder btw-bedrag?
En één die je bij het aannemen van het werk moet stellen, niet bij het factureren: leen ik hier personeel uit of neem ik werk aan? Voor de btw maakt het minder uit dan je denkt — beide vallen onder artikel 24b lid 5. Voor de aansprakelijkheid voor loonheffingen maakt het juist veel uit, want daar staan inlenersaansprakelijkheid en ketenaansprakelijkheid naast elkaar.
Wie met een lage jaaromzet werkt, kan zich daarnaast afvragen of de kleineondernemersregeling iets oplevert. Voor een onderaannemer die vooral met verlegde btw factureert is het antwoord meestal nee — zie KOR in de bouw: waarom de regeling een zzp'er vaak geld kost.
---
Stand: 24 augustus 2026. Dit artikel geeft de regeling weer en is geen fiscaal advies. Of een concrete opdracht onderaanneming is, waar het werk hoofdzakelijk wordt verricht en of levering of dienst overheerst, zijn feitelijke vragen die per geval worden beoordeeld.
Wat Zirko doet: «btw verlegd» is als eigen tarief ingericht voor Nederland — nul procent met de juiste code voor de e-factuur (VATEX-EU-AE), zodat de vermelding op het document staat en er geen btw-bedrag in de totalen belandt. Wat Zirko niet doet: voor je beslissen of je moet verleggen. De vragenassistent die die afweging stapsgewijs doorloopt, bestaat op dit moment alleen voor Duitsland en Oostenrijk; voor Nederland kies je het tarief zelf, en de keuze wordt vastgelegd zoals je hem hebt gemaakt.

Veelgestelde vragen
Wanneer moet ik de btw verleggen?
Als je als onderaannemer een werk van stoffelijke aard aan een onroerende zaak of schip geheel of gedeeltelijk uitvoert voor een aannemer, of als je een werknemer ter beschikking stelt om bij zo'n werk te werken. Dat staat in artikel 24b lid 5 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, aangewezen op grond van artikel 12 lid 5 van de Wet OB. Het is geen keuze: verleggen is verplicht als de regeling geldt.
Wat moet er op een factuur met verlegde btw staan?
De vermelding «btw verlegd» en geen btw-bedrag. Artikel 24b lid 6 Uitvoeringsbesluit: indien het vijfde lid van toepassing is, dient op de uit te reiken factuur te worden vermeld: btw verlegd. Artikel 35a lid 1 onderdeel m van de Wet OB herhaalt dat, en onderdeel d verplicht daarbij het btw-identificatienummer van je afnemer.
Geldt de verleggingsregeling ook als ik voor een particulier werk?
Nee. De regeling gaat over de verhouding tussen een aannemer en zijn onderaannemer. Werk je rechtstreeks voor de opdrachtgever — een particulier, een VvE, een bedrijf dat zelf geen aannemer is — dan factureer je gewoon met 21 of 9 procent.
Wanneer geldt de verlegging juist niet?
In twee gevallen, genoemd in artikel 24b lid 7. Ten eerste als het werk geheel of grotendeels wordt verricht op de plaats waar de onderneming van de onderaannemer is gevestigd — het werk in je eigen werkplaats dus. Ten tweede als de uitvoering ondergeschikt is aan een tussen partijen gesloten overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak.
Ik heb per ongeluk btw in rekening gebracht terwijl die verlegd had moeten worden. Wat nu?
Dan ben je die btw verschuldigd op grond van artikel 37 Wet OB: hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke hij niet verschuldigd is geworden, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur heeft uitgereikt. Herstellen doe je met een creditnota die specifiek en ondubbelzinnig naar de oorspronkelijke factuur verwijst (artikel 34f).
Val ik onder de regeling als ik alleen prefab-onderdelen lever?
Mogelijk wel. Artikel 24b lid 4 stelt de verkoper van een toekomstige zaak gelijk met een onderaannemer, indien en voor zover de koop en verkoop voortvloeit uit of verband houdt met het werk. Iets dat speciaal voor dat bouwwerk wordt gemaakt is een toekomstige zaak; iets uit voorraad is dat niet.
Geldt verlegging ook bij de verkoop van een pand?
Ja, in een aantal aangewezen gevallen. Artikel 24ba lid 1 onderdeel a wijst de levering van een onroerende zaak met toepassing van de optie voor belaste levering (artikel 11 lid 1 onderdeel a onder 2° Wet OB) aan als verleggingsgeval. Ook de executieverkoop van een in zekerheid gegeven onroerende zaak valt eronder.
Verder lezen
- Digitale werkbon: wat erop hoort en wat de handtekening waard is
Een ondertekende werkbon is een onderhandse akte en levert tussen partijen dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Rv). Een handtekening met de vinger telt mee — artikel 3:15a BW.
- Offerte maken bouw: van inmeten tot de handtekening
Posten in plaats van één bedrag, vaste prijs of richtprijs met de 10 procent-grens, meerwerk waarvoor je vooraf waarschuwt en het juiste btw-vak. De volgorde die standhoudt.
- Software voor installateurs: wat je per opdracht moet vastleggen
Werk aan een gasverbrandingstoestel mag alleen door een certificaathouder, en artikel 6.45 lid 1 Bbl bindt daaraan ook de opdrachtgever. Het nultarief geldt ook voor de installatie.
- Ketenaansprakelijkheid: hoe de g-rekening je risico beperkt
Als aannemer ben je aansprakelijk voor de loonheffingen van je onderaannemer. Storten op een g-rekening beperkt dat risico, mits je factuur contractnummer, tijdvak en werk noemt.
Bronnen
- Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, artikel 24b — verleggingsregeling onderaanneming en uitlening van personeel (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, artikel 24ba — overige aangewezen verleggingsgevallen, waaronder onroerende zaken (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 12 lid 5 — grondslag voor de aanwijzing van verleggingsgevallen (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 35a — factuurvermeldingen, waaronder «btw verlegd» en het btw-nummer van de afnemer (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 37 — btw die je vermeldt maar niet verschuldigd bent (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 34f — het wijzigingsdocument dat als factuur geldt (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Belastingdienst — U maakt gebruik van de verleggingsregeling (aangepaste factuurregels) (nagekeken: 24 augustus 2026)