Schijnzelfstandigheid in de bouw: wat er in 2026 verandert
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 volledig en legt sinds 1 januari 2026 vergrijpboetes op. Op 31 december 2026 komt het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief erbij.
Zirko RedaktionGepubliceerd: Bijgewerkt: 10 min lezen
Inhoud
Voor bouwbedrijven die met zzp'ers werken zijn er in twee jaar drie dingen veranderd, en de derde komt eraan.
- 1 januari 2025 — het handhavingsmoratorium eindigde. De Belastingdienst waarschuwt niet meer, maar corrigeert direct.
- 1 januari 2026 — de zachte landing eindigde. Er kunnen weer vergrijpboetes worden opgelegd.
- 31 december 2026 — het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief treedt in werking. Onder het wettelijke bedrag wordt een arbeidsovereenkomst vermoed, en dan is het aan de opdrachtgever om het tegendeel aannemelijk te maken.
Hieronder staat precies wat er in de wet en op de site van de Belastingdienst staat, wat het voor een bouwbedrijf betekent, en wat er wél en niet helpt.
Wat de Belastingdienst zelf zegt
De formuleringen zijn kort en laten weinig ruimte.
Over het einde van het moratorium:
"Tot 1 januari 2025 gold voor de handhaving rond arbeidsrelaties het handhavingsmoratorium." En: "Sinds 1 januari 2025 hanteren we weer de normale regels. Dit betekent dat we geen aanwijzingen meer geven."
Dat laatste is het punt dat het vaakst wordt onderschat. Onder het moratorium kreeg je eerst een aanwijzing — een waarschuwing met een termijn om het te herstellen. Die stap is weg. Wordt een relatie als dienstbetrekking aangemerkt, dan volgt een correctieverplichting of naheffing, zonder waarschuwing vooraf.
Over boetes:
"In 2025 legden we nog geen verzuim- en vergrijpboetes op. Vanaf 1 januari 2026 kunnen we wel vergrijpboetes opleggen."
Over terugwerkende kracht:
"We kunnen sinds 1 januari 2025 ook weer met terugwerkende kracht naheffen. Maar nooit verder terug dan 1 januari 2025. Tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als onze aanwijzing niet is opgevolgd. In dat geval kunnen we naheffen tot 5 jaar terug."
Reken het even door. Twee zzp'ers, elk een jaar lang veertig uur per week bij jou op het werk, tegen een tarief dat als loon zou worden gezien: een naheffing loonheffingen over die periode loopt in de tienduizenden euro's — en die haal je niet meer terug bij de zzp'er, want het is jouw inhoudingsplicht.
Wat er op 31 december 2026 bij komt
Op 18 juni 2026 is de wet aangenomen die een nieuw artikel in Boek 7 BW invoegt. Hij is op 29 juni 2026 in het Staatsblad verschenen (Stb. 2026, 158), en bij besluit van 13 juli 2026 (Stb. 2026, 207) is bepaald:
"De Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158) treedt in werking met ingang van 31 december 2026."
Het nieuwe artikel 7:610aa BW luidt:
"1. Hij die ten behoeve van een ander tegen een beloning door die ander van ten hoogste € 36,– per uur, arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst. 2. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd op de wijze als bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het bedrag wordt daarbij naar boven afgerond op gehele euro's. Bij de wijziging wordt uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. 3. Dit artikel is niet van toepassing indien de ander een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf."
Drie dingen moet je hieruit meenemen.
Het is een vermoeden, geen verbod. Onder het bedrag ontstaat niet automatisch een dienstbetrekking. Er ontstaat een bewijslast: beroept de werkende zich op het vermoeden, dan moet de opdrachtgever aannemelijk maken dat er géén arbeidsovereenkomst is. Wie dat niet kan, heeft een werknemer met alles wat daarbij hoort — loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming, vakantiegeld.
Het bedrag wordt geïndexeerd. Lid 2 koppelt het aan de systematiek van de Wet minimumloon. In het overgangsrecht is bovendien geregeld dat het bedrag voor de eerste toepassing na inwerkingtreding bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Ga dus niet uit van "36 euro" als vast getal; kijk vóór 31 december 2026 welk bedrag er dan geldt.
Voor particuliere klussen geldt het niet. Lid 3 haalt de opdrachtgever die een natuurlijk persoon is en niet handelt in beroep of bedrijf eruit. Een zzp-schilder die badkamers doet bij particulieren zit buiten deze regeling. Diezelfde schilder als onderaannemer van een bouwbedrijf zit erin.
Merk op dat er al langer een ander rechtsvermoeden bestaat, dat naast het nieuwe blijft staan. Artikel 7:610a BW: "Hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst." Dat vermoeden hangt aan omvang en duur, niet aan tarief — en drie maanden op één werk is in de bouw niet uitzonderlijk.
Waar het inhoudelijk om draait: de maatstaf van de Hoge Raad
De wettelijke definitie is oud en kort. Artikel 7:610 lid 1 BW: "De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten."
De Hoge Raad heeft die maatstaf in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 ingevuld. Eerst een zin die veel discussies beëindigt (rov. 3.2.4):
"Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt. Voor deze kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen."
Wat jullie het noemen doet er dus niet toe. En dan de gezichtspunten (rov. 3.2.5):
"Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Van belang kunnen onder meer zijn de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren, de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd, de hoogte van deze beloningen, en de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt."
En, daaraan toegevoegd: van belang kan ook zijn "of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt."
De Hoge Raad voegt er nog een waarschuwing aan toe die in de bouw goud waard is: het gewicht van een contractueel beding "hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht." Een vervangingsbeding dat nooit wordt gebruikt, weegt dus licht.
Vertaald naar de bouwplaats
De gezichtspunten hierboven zijn abstract. Zo zien ze eruit in een bouwbedrijf:
| Gezichtspunt | Wijst richting dienstbetrekking | Wijst richting ondernemerschap |
|---|---|---|
| Werktijden | hij begint als de ploeg begint, meldt zich ziek bij de uitvoerder | hij bepaalt zijn eigen dagindeling binnen de planning |
| Inbedding | staat op het rooster, draagt bedrijfskleding, zit in de bedrijfsapp als de rest | duidelijk afgebakende eigen opdracht |
| Persoonlijke uitvoering | vervanging is in de praktijk uitgesloten | hij stuurt aantoonbaar wel eens iemand anders |
| Beloning | uurtarief, wekelijks uitbetaald na goedkeuring van uren | aanneemsom per klus, of een tarief met resultaatsverplichting |
| Commercieel risico | meerwerk wordt gewoon doorbetaald, herstel op jouw kosten | draagt garantie en herstel zelf, is verzekerd |
| Gereedschap en materiaal | jouw bus, jouw machines, jouw materiaal | eigen gereedschap en materiaal |
| Aantal opdrachtgevers | al twee jaar vrijwel uitsluitend bij jou | meerdere opdrachtgevers per jaar |
Geen van deze regels is op zichzelf beslissend — de Hoge Raad zegt uitdrukkelijk "in onderling verband bezien". Maar een zzp'er die met jouw bus, jouw gereedschap en jouw planning al twee jaar vijf dagen per week op jouw werken staat tegen een uurtarief, is de standaardcasus waarvoor deze hele regelgeving is gemaakt.
Wat de modelovereenkomst nog waard is
Kort: minder dan velen denken, en niet niets.
De Belastingdienst: "Sinds 6 september 2024 beoordelen we geen nieuwe overeenkomsten meer." Bestaande overeenkomsten hebben een houdbaarheidsdatum: "Goedgekeurde modelovereenkomsten die geldig waren op 6 september 2024, mag u blijven gebruiken tot en met 31 december 2029."
En de reikwijdte staat er ook bij: de overeenkomst geeft alleen zekerheid "als opdrachtgever en opdrachtnemer werken zoals beschreven in de overeenkomst". De dienst voegt daar zijn eigen ervaring aan toe: "een arbeidsrelatie in de praktijk vaak niet overeenkomt met de afspraken in de modelovereenkomst."
Dat sluit naadloos aan op Deliveroo: papier dat de praktijk niet dekt, weegt niet.
De aansprakelijkheid die hier niet mee wordt opgelost
Bouwbedrijven wisselen soms van de ene zorg naar de andere: "dan huren we ze via een uitzendbureau in." Dat verplaatst het risico, het verdwijnt niet. Artikel 34 van de Invorderingswet 1990 maakt de inlener hoofdelijk aansprakelijk voor de loonbelasting die de uitlener verschuldigd is, "alsmede voor de omzetbelasting welke de uitlener … verschuldigd is in verband met dat ter beschikking stellen". En lid 2 trekt dat door naar doorlening.
Andersom geldt: een g-rekening — het instrument dat je risico bij ketenaansprakelijkheid beperkt — helpt hier niet. Die beperkt aansprakelijkheid voor de afdrachten van een ánder. Bij schijnzelfstandigheid is er geen ander — dan ben jij zelf de inhoudingsplichtige die niet heeft afgedragen.
Wat je vóór 31 december 2026 doet
- Maak een lijst van je zzp'ers met hun uurtarief. Iedereen onder het wettelijke bedrag komt in het nieuwe rechtsvermoeden. Controleer welk bedrag op de ingangsdatum geldt — het wordt geïndexeerd en voor de eerste toepassing bij ministeriële regeling vastgesteld.
- Kijk wie er langer dan drie maanden vrijwel uitsluitend bij jou werkt. Daar speelt artikel 7:610a al vandaag.
- Loop de gezichtspunten per persoon langs, niet per contract. De vraag is hoe er wordt gewerkt, niet wat er is getekend.
- Leg vast wat het ondernemerschap zichtbaar maakt: eigen gereedschap en materiaal, een aanneemsom per klus in plaats van een uurtarief, herstel voor eigen rekening, eigen aansprakelijkheidsverzekering, meerdere opdrachtgevers.
- Gebruikt je een modelovereenkomst? Controleer of hij op 6 september 2024 geldig was, of hij uiterlijk 31 december 2029 afloopt, en of jullie werkelijk werken zoals erin staat.
- Scheid particulier werk van onderaanneming in je administratie. Voor werk in opdracht van een particulier geldt het nieuwe rechtsvermoeden niet.
---
Stand: 24 augustus 2026. Dit artikel geeft de stand van de regelgeving weer en is geen juridisch of fiscaal advies. Of een concrete arbeidsrelatie een dienstbetrekking is, hangt af van alle omstandigheden van het geval; laat twijfelgevallen beoordelen voordat de Belastingdienst dat doet.
Wat Zirko doet: uren worden vastgelegd per medewerker, per dag, met begin, einde, pauze en project, en zijn met die gegevens exporteerbaar — dat is de basis waarmee je later kunt laten zien hoe er is gewerkt. Facturen en offertes hangen aan hetzelfde project, dus een aanneemsom per klus is net zo eenvoudig vast te leggen als een uurtarief. Wat Zirko niet doet: beoordelen of iemand zelfstandige is of werknemer. Dat is een weging van alle omstandigheden, en geen enkel programma — het onze niet en dat van een ander evenmin — kan die weging van je overnemen.
Veelgestelde vragen
Handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid?
Ja. De Belastingdienst schrijft: tot 1 januari 2025 gold voor de handhaving rond arbeidsrelaties het handhavingsmoratorium, en sinds 1 januari 2025 hanteren we weer de normale regels — dit betekent dat we geen aanwijzingen meer geven.
Kan ik een boete krijgen?
Sinds 2026 wel. De Belastingdienst: in 2025 legden we nog geen verzuim- en vergrijpboetes op; vanaf 1 januari 2026 kunnen we wel vergrijpboetes opleggen.
Hoe ver terug kan de Belastingdienst naheffen?
Tot 1 januari 2025, en verder alleen in bijzondere gevallen. Letterlijk: we kunnen sinds 1 januari 2025 ook weer met terugwerkende kracht naheffen, maar nooit verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als onze aanwijzing niet is opgevolgd — in dat geval kunnen we naheffen tot 5 jaar terug.
Wat verandert er op 31 december 2026?
Dan treedt het nieuwe artikel 7:610aa BW in werking, ingevoerd bij de Wet van 18 juni 2026 (Stb. 2026, 158) en in werking gesteld bij besluit van 13 juli 2026 (Stb. 2026, 207). Het luidt: hij die ten behoeve van een ander tegen een beloning door die ander van ten hoogste € 36,– per uur, arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.
Geldt dat rechtsvermoeden ook als ik voor particulieren werk?
Nee. Artikel 7:610aa lid 3: dit artikel is niet van toepassing indien de ander een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Werk voor particuliere opdrachtgevers valt er dus buiten; onderaanneming voor een bouwbedrijf niet.
Beschermt een modelovereenkomst mij nog?
Beperkt. De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe overeenkomsten meer; goedgekeurde modelovereenkomsten die op die datum geldig waren mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029. En de zekerheid geldt alleen als opdrachtgever en opdrachtnemer werken zoals beschreven in de overeenkomst — de praktijk telt, niet het papier.
Waar wordt naar gekeken bij de beoordeling?
De Hoge Raad noemde in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 onder meer: de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd, de hoogte daarvan, en de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.
Verder lezen
- Digitale werkbon: wat erop hoort en wat de handtekening waard is
Een ondertekende werkbon is een onderhandse akte en levert tussen partijen dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Rv). Een handtekening met de vinger telt mee — artikel 3:15a BW.
- Offerte maken bouw: van inmeten tot de handtekening
Posten in plaats van één bedrag, vaste prijs of richtprijs met de 10 procent-grens, meerwerk waarvoor je vooraf waarschuwt en het juiste btw-vak. De volgorde die standhoudt.
- Software voor installateurs: wat je per opdracht moet vastleggen
Werk aan een gasverbrandingstoestel mag alleen door een certificaathouder, en artikel 6.45 lid 1 Bbl bindt daaraan ook de opdrachtgever. Het nultarief geldt ook voor de installatie.
- Btw verleggen in de bouw: wanneer je nul procent factureert
De verleggingsregeling voor onderaanneming staat in artikel 24b Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. Twee uitzonderingen: werk op je eigen bedrijfsplaats en levering met montage.
Bronnen
- Belastingdienst — Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Belastingdienst — Geen nieuwe modelovereenkomsten meer (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Wet van 18 juni 2026 tot wijziging van Boek 7 BW in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (Stb. 2026, 158) (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Inwerkingtredingsbesluit van 13 juli 2026 (Stb. 2026, 207) — inwerkingtreding met ingang van 31 december 2026 (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Eerste Kamer — wetsvoorstel 36.783, behandeling en stemmingen (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikelen 610 en 610a — de arbeidsovereenkomst en het rechtsvermoeden op basis van omvang (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo) — gezichtspunten voor de kwalificatie als arbeidsovereenkomst (nagekeken: 24 augustus 2026)
- Invorderingswet 1990, artikel 34 — inlenersaansprakelijkheid (nagekeken: 24 augustus 2026)